Anja Marks is orthopedagoog bij Onderwijscentrum de Twijn. Haar vakgebied is het duiden van het neuropsychologische beeld van een leerling binnen zijn of haar leefwereld, en dat op de best passende manier ondersteunen als begeleidend team. Hierbij kijkt ze naar vragen als: ‘Wat kan een leerling aan?’ Naast het doen van onderzoek, begeleid en ondersteunt ze samen met collega’s binnen de Vakgroep Orthopedagogiek processen van leerlingen, ouders en collega’s. Hieronder beschrijft Anja een voorbeeld van haar werkweek bij de Twijn.

Anja en een aantal van de kernwaarden van de Twijn
Bij de Twijn is ruimte voor diversiteit, verschillen, talentontwikkeling en maatwerk. Het vergroten van eigenaarschap en de ontwikkeling van identiteit: talenten, competenties, (sociale) vaardigheden en zelfredzaamheid van leerlingen staan daarbij centraal. Wij geven onderwijs aan leerlingen van 4 t/m 12 jaar met alle uitstroomprofielen, zowel praktisch als theoretisch gericht. Er zijn leerlingen die na leerjaar 8 naar een reguliere school voor voortgezet onderwijs gaan en ook leerlingen die naar de afdeling voortgezet onderwijs (vso) van de Twijn gaan. Ook daar zijn alle leerroutes mogelijk die leiden naar een diploma. Leerlingen kunnen bij ons in- en uitstromen in elk leerjaar, met elke leeftijd, afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte.
Maandag: samenwerking en observatie
De week start met een observatie taakaanpak van de tienjarige Sophie uit leerjaar 7. De momenten dat het lukt en hoe alles dan gaat noteer ik. Het soort taak, hoe het is uitgelegd, het tijdstip, haar maatje, de instructie, de feedback die ze krijgt. Ook bij welke opdrachten het beter gaat en waar ze op let als ze afgeleid is. Testleider Leonie van de vakgroep orthopedagogiek heeft vorige week een ontwikkelingsonderzoek afgenomen. Samen met deze observatie, haar medische achtergrond en voorinformatie komen er hypotheses en verklaringen. Vanmiddag bespreek ik deze informatie met leerkracht Ron en de ergotherapeut en vergelijken we de ervaringen en de ideeën over de aanpak. Ook met Sophie zelf is Ron in gesprek. Het is belangrijk om een gezamenlijk beeld en ontwikkelrichting te hebben. Donderdag bespreken we onze ideeën met de ouders van Sophie. ’s Middags bereid ik een teambijeenkomst voor over het onderwerp ‘belastbaarheid en prikkelverwerking’. Wat is er voor een leerling, maar ook voor ons als volwassenen, nodig om een week fit door te komen? Hoe kan de energie over een dag verdeeld worden? Bij nogal wat leerlingen vragen leeractiviteiten veel energie. Daar houden we rekening mee in het dagprogramma. Niet door cognitieve doelen te verlagen, wel door anders om te gaan met de dagactiviteiten. Bewegend leren wordt toegepast en er wordt prikkelbewust omgegaan met het programma, de taak, de ruimte en de aanpak. Die rust en de geïndividualiseerde mogelijkheden merk ik ook als ik door de school loop.
Dinsdag: ondersteuning en inclusie
De dag start met een overleg over leerlingen met een onderwijs-zorgarrangement die ingeschreven staan bij de Twijn. Ze kunnen tijdelijk niet binnen de schoollocaties onderwijs krijgen. Deze arrangementen worden samen met de gemeente en ouders vormgegeven. Ook voor hen is er een ontwikkelperspectiefplan. Anneke, de ambulant begeleider, ondersteunt praktisch.
Als orthopedagoog kijk ik mee naar het ontwikkelingsbeeld, de ondersteuningsbehoeften en het aanbod. Door successen te onderzoeken en uit te breiden, werken we toe naar een toekomst waarin geluk en welzijn centraal staan. De ondersteuning is meervoudig en gelaagd. Deze leerlingen en gezinnen hebben vaak veel meegemaakt. Hoe ondersteunen we de leerling en ontlasten we de ouders?
Later die ochtend ontmoet ik met netwerkdirecteur Marjolein de ouders van Stan, een mogelijk nieuwe leerling. Ze delen zijn overwinningen en worstelingen. Zijn moeder zegt zachtjes: ‘Hij praat niet meer op school.’ Het raakt me. We zoeken samen naar de juiste ondersteuning en een veilige plek. Niet vanuit een diagnose, maar kijkend naar zijn behoeften. Tegelijkertijd bespreken we het aanbod van de Twijn. Stan heeft didactiek op basisschoolniveau nodig, met een rustige omgeving en meer denktijd. Zijn reken- en taalontwikkeling verschillen sterk. Er wordt onderzocht of hij een taalontwikkelingsstoornis heeft. Verklaringen helpen bij de juiste ondersteuning. De Twijn biedt belevingsgericht onderwijs tot havo-uitstroom en gespecialiseerde begeleiding. Daardoor is er altijd wel een collega die mee kan denken.
Om 11 uur geeft Cindy, netwerkondersteuner zorg, een rondleiding. De ouders waarderen de sfeer en mogelijkheden, zoals therapie en verzorging onder schooltijd. Dat alle groepsmedewerkers ondersteunende klankgebaren kennen vinden ze erg fijn. Ik vertel over de grondtoon van de Twijn: leren van en met elkaar, gewaardeerd worden zoals je bent, talentontwikkeling en zelfstandigheid. Dit bouwt zelfvertrouwen en een realistisch zelfbeeld. Bij vertrek zie ik ontspanning op hun gezichten. Misschien wordt dit een nieuwe start voor Stan.
’s Middags observeer ik de groepsdynamiek in leerjaar 7. Hoe kan het programma zo worden opgezet dat leerlingen optimaal van en met elkaar leren? Ik loop langs de arts van revalidatiecentrum de Vogellanden om te melden dat ik morgen de ouders van Sophie spreek. Dit kan nuttige informatie opleveren voor de fysiotherapeut en de ergotherapeut. ’s Avonds heb ik een intervisie met Zwolse orthopedagogen uit verschillende werkvelden: jeugdbescherming, kinderbescherming, onderwijs, GGZ en een particuliere praktijk. Het thema is systemisch werken. Een ervaren collega geeft voorlichting en we oefenen ermee. Betekenisgeving is persoonlijk én universeel. Meervoudig kijken brengt oplossingen, waardevol voor kennisdeling en beroepsregistratie.
Woensdag: diagnostiek en begeleiding
Eerst begin ik met de voorbereiding van het gesprek met de ouders van Sophie, de observatie deed ik maandag. Ik bekijk haar antwoorden en de gegevens van het neuropsychologisch onderzoek, en ook de observatie die Leonie deed. Hoe lang blijft ze geconcentreerd? Waar loopt ze vast? Wat heeft ze nodig om het goed te doen en een succeservaring te hebben? Leonie neemt onderzoeken dynamisch af. Ze houdt de standaard/het protocol als uitgangspunt, maar bekijkt tegelijkertijd op welke manier de taak beter gaat. Zo hebben we na het onderzoek gelijk ideeën over de aanpassing van de leeromgeving.
Later op de dag zitten de leerkracht, de ouders, de begeleider van de epilepsiekliniek en ik samen om de resultaten te bespreken en schrijf ik mee op een flapover. “Dus Sophie begrijpt de instructie, maar krijgt de taak niet gepland en uitgevoerd, en is daardoor niet aan het werk tijdens de taak?” vat de vader van Sophie samen. Precies. We zoeken naar mogelijkheden om dit te verbeteren. Een visuele structuur van taakaanpak en dat aanleren – hierbij kan het behandelteam van revalidatiecentrum de Vogellanden ook ondersteunen. Rekening houden met het belang van het verbeteren van motoriek en het ondersteunen van zelfvertrouwen. Aan het einde van het gesprek maak ik een fotootje van de flapover – ook ik houd van visuele ondersteuning.
Na de lunch werk ik aan een ontwikkelperspectiefplan voor een leerling die overstapt naar een andere onderwijsvorm. De balans in kwalificatie, socialisatie en subjectificatie zoals past bij visie van De Twijn, vormt een integratief beeld. Een persoonsbeschrijving waarin ook de voorwaarden voor verdere ontwikkeling staan. De trauma-sensitieve benadering is een belangrijke basis voor hem. Door onverwachte situaties bouwt hij spanning op, waardoor ontwikkelen stopt. Warme, persoonlijke begeleiding met structuur bieden de nodige veiligheid en voorspelbaarheid. Loslaten doet me altijd pijn, maar ik heb vertrouwen in de veerkracht en weerbaarheid die hij en zijn ouders ontwikkeld hebben. Ik ben trots op wat we met elkaar bereikt hebben en ik hoop dat ik deze mensen toevallig nog eens ontmoet in het leven.
Volgende week maandag evalueren we met het ondersteunende team dit proces om voortdurend te ontwikkelen. Wat houden we zo, wat veranderen we? We bespreken welke dynamiek en gebeurtenissen van betekenis zijn geweest en hoe dat kwam.

Eén van de dagactiviteiten op de Twijn
Donderdag: passend onderwijs in de regio
De dag begint in Koekange. Een ambulant begeleider van het expertiseteam heeft gevraagd om mee te denken. In groep 5 zie ik een leerling die niet fijn meekomt met het tempo van de klas. De leerkracht wil een individuele leerlijn opstellen. Een mooie inclusieve gedachte. Individueel maatwerk in een veelzijdige groep inbedden. Wanneer weet je wat goed is en hoe bepaal je of de huidige onderwijsplek het best passend is? Samen puzzelen we tot er een plan ligt dat zou kunnen werken. De ambulant begeleider gaat de school verder ondersteunen bij de aanpak.
In Meppel geef ik in de middag een scholing over sociale en emotionele ontwikkeling. We bespreken casussen, delen ervaringen en anekdotes, en koppelen het aan theorie en praktische toepassingen voor leerkrachten. Mijn collega van het expertiseteam geeft op hetzelfde moment in het bouwdeel naast me aan docenten voortgezet onderwijs een scholing over ReFit: jongeren met Aanhoudende Lichamelijke Klachten (ALK) in het onderwijs. Van schoolverzuim naar schoolaanwezigheid. Tegen half zes praten we nog even met elkaar na voordat we aan de rit naar huis beginnen. Met een hoofd en hart vol ervaringen en nieuwe plannen.
Vrijdag: scholing en reflectie
Vrijdagochtend geef ik les aan 25 studenten op Hogeschool Windesheim. Een rolwisseling: deze nieuwe generatie professionals bekijkt het werkveld met een frisse blik. Hun vragen en perspectieven zetten me aan het denken. Na de ochtend is mijn werkweek voorbij.
Er zitten veel aspecten in dit werk die bij mij passen en waar ik sterk in ben, zoals het leggen van contact en het creëren van verbinding met alle betrokkenen. Ik denk graag vanuit een helicopterview mee met het kind, ouders, leerkrachten, ib’ers en specialisten. Ik kan me in kennis verdiepen die mij boeit en een verschil in ontwikkelkansen maken voor een kind, gezin en leerkracht – samen met onderwijs- en zorgprofessionals.
De namen van leerlingen in deze tekst zijn gefingeerd om de privacy te waarborgen.